Anton Casper Dreesman

OPRICHTER VAN EEN WARENHUIS UIT HASELÜNNE – DE GESCHIEDENIS VAN DE EMIGRANT ANTON DREESMANN EN ZIJN FAMILE Door Christof Haverkamp
Minstens 6 mannen uit Haselünne hebben als kooplieden een buitengewone carrière in Nederland gemaakt, ieder in een andere stad: als directeuren namen zij tussen 1887 en 1912 respectievelijk een winkel van V&D over. Deze afkorting is tegenwoordig bij de meeste Nederlanders vertrouwd, want de merknaam V&D staat voor de grootste warenhuisketen van het land. Meer dan 60 filialen, sinds 2006 ondergebracht bij de Maxeda-groep, zijn verspreid over heel Nederland; ze hebben bijna 12.000 medewerkers in dienst.
Achter V&D schuilen de achternamen van de oprichters van het bedrijf Vroom & Dreesmann, en de tweede, Anton Caspar Rudolph Dreesmann, komt uit Emsland. Nederlandse historici hebben hun economische vooruitgang en de ontwikkeling van het familiebedrijf diepgaand onderzocht, zelfs in een “sleutelroman” speelt de zakenman een belangrijke rol. In Duitsland echter was Dreesmann nagenoeg onbekend, zelfs in zijn geboorteplaats.1
Dreesmann, geboren op 9 september 1854, groeide op in Haselünne, een kleine stad met destijds ongeveer 320 huizen en bijna 1.800 inwoners.2 Hij stamde af van een goed katholiek gezin uit de welgestelde middenstand. Met zijn zussen en ouders Anton August Sigismund Dreesmann en Antonia Dreesmann, geboren Kerckhoff, woonde hij in de Hasestrasse in het huis met nummer 26, waar eerder stallen van de Kerckhoffs hadden gestaan.3 Zijn grootvader Anton Kerckhoff uit de Hasestrasse 27 werkte als postbezorger en was eerst raadslid en vervolgens van 1818 tot 1820 burgemeester van Haselünne.4 Zijn vader verkocht in een winkel manufacturen. Anton Dreesmann werd als oudste zoon geboren, gevolgd door twee broers en drie zussen.
page1image15560
Anton Caspar Rudolph Dreesmann (1854 – 1934), geportretteerd door de Nederlandse schilder Jan Sluijters (Bron: Foto Spaarnestad, Haarlem)
Al vroeg hielp hij in het bedrijf en deed zo de eerste commerciële praktijkervaringen op. In 1867, als 13-jarige, ging de jongen naar Osnabrück om zich aan de detailhandelsschool verder te ontwikkelen.
In januari 1871 emigreerde Dreesmann naar de Nederlandse hoofdstad Amsterdam. Zoals hij in zijn herinneringen vermeld, richtte hij zich allang niet als enige emigrant op de bestemming Nederland: enkele katholieke jonge mannen uit Noordwest Duitsland wilden in die tijd in het land van grachten en windmolens hun geluk beproeven (over enige emigranten uit Westfalen later meer). Menig ouder moedigden hun zonen aan de grens over te steken, zodat ze de gehate dienstplicht ontliepen.
Met drie jaar in het vooruitzicht hadden de jonge katholieken anders als soldaat in Pruisen moeten dienen – de door protestanten geregeerde staat waartoe het Emsland, na het gedwongen einde van het koninkrijk Hannover, sinds 1866 behoorde.5
Waarom Amsterdam? Daarheen trokken al in de 17e en 18e eeuw veel emigranten uit de steden van de regio Weser-Ems, zodat duizenden van hen in de hoofdstad woonden.6 In de 19e eeuw gingen veel Duits-Amerikaanse emigranten aan boord van hun schip in de haven van Amsterdam, en voor enkele Holland-gangers was de stad een tussenstation van waaruit ze naar hun toekomstige arbeidsplaatsen verder reisden.7
Beslissend voor het tijdstip van de emigratie was dat Dreesmann voor het einde van zijn 17e levensjaar – na zijn verjaardag door de overheid werd gezocht als deserteur.8 Maar ook kampte hij met moeilijkheden, zoals hij later schreef: bij Bentheim aan de Duits- Nederlandse grens eindigde de reis vooralsnog bij de slagboom.
page2image13640
Firmabord van Vroom & Dreesmann in Amsterdam (Foto: Christof Haverkamp)
page3image376
De winkels van Dreesmann in Amsterdam (Afbeelding: Stefan Langer)
Men accepteerde zijn opgegeven leeftijd niet en zag hem als deserteur.9 Gelukkig zouden zijn papieren in orde zijn, berichtte Dreesmann. Na langdurig oponthoud mocht hij ten slotte passeren. Zijn vader reed hem tot Oldenzaal. Daar nam hij afscheid, overnachtte en reisde de volgende ochtend met de trein verder.10
De relatief nabijgelegen bestemming Amsterdam had Dreesmann daarom ook uitgekozen, omdat in juni 1855 al zijn neef Rudolf Dreesmann naar de groeiende hoofd-, handels- en havenstad was geëmigreerd – een commercieel medewerker die met zijn ervaring en relaties bij een nieuwe start kon helpen.11
Bij de hereniging van de jonge familieleden ging het dus om een procedure waarbij de kettingmigratie van vaklui wordt gekarakteriseerd.
page4image376
De ouders: Anton Dreesmann (1813–1898) en Antonia Kerckhoff (1831–1878) (Bron: N.A. Hamers, Samenvatting van de Genealogieën der geslachten verbonden met het concern Vroom & Dreesmann, Nijmegen 1967, bladzijde 21)
Rudolf Dreesmann bood zijn neef werk aan als warenhuismedewerker in de manufacturen-winkel van Albert Bührs aan de Nieuwendijk 164, een populair, oude winkelstraat in het centrum van Amsterdam. Slechts enkele passen verder, in het gebouw met huisnummer 174-176, bood de “winkel van Sinkel”, opgericht door de van oorsprong uit Cloppenburg komende zakenman Anton Sinkel, sinds 1822 goederen aan.12
In de winkel van Bührs zette de jonge Anton Dreesmann zijn opleiding voort. “Veel geld heb ik daar niet verdiend”, herinnert hij zich later. Hij woonde bij de familie Bührs en “verdiende in het eerste jaar niets, in het tweede jaar 50 gulden, en zoals gebruikelijk in het derde jaar 75 gulden”.13 Bibberen en beven deed hij soms ook, want zelfs in de koude winter stonden de winkeldeuren wagenwijd open.14 Na drie jaar sloot hij de opleiding tot warenhuismedewerker af en maakte promotie als hoofd van een nieuwe winkel van Bührs in de Amsterdamse arbeidersbuurt de Jordaan. Dreesmann woonde recht boven de winkel. Zeven jaar was hij daar actief, toen besloot de handelaar zelfstandige te worden.
Tevoren waren er gesprekken gevoerd of hij compagnon van Bührs zou kunnen worden. Mevrouw Bührs was zelfs speciaal voor dit doel naar Haselünne gereisd om met de ouders van de jonge man te onderhandelen, maar de bespreking verliep zonder resultaat.15
Uiteindelijk deed de mogelijkheid zich voor een eigen manufacturenwinkel in de bekende wijk de Jordaan te openen. Het startkapitaal van 2.000 gulden werd hem geleend door zijn oom Wilhelm Kerckhoff, een jurist, die in Osnabrück als directeur werkte aan het koninklijk gerechtshof.16 Kerckhoff twijfelde weliswaar dat hij ooit zijn geld zou terugzien, maar stelde het toch ter beschikking. “Ik kan het eerder missen dan jullie”, zou hij tegen de ouders van de jonge handelaar gezegd hebben.17
De winkel opende Anton Dreesmann op 28 september 1878 in de Tweede Rozendwarsstraat 24.18 Als een van de eerste kooplieden brak hij met de toenmalige gebruikelijke handels- gewoonten in Nederland: in zijn winkel verkocht hij goederen met vaste prijzen tegen contant geld, weigerde hij rabat of korting te geven. Van meet af aan paste hij de bedrijfsfilosofie toe om met prijsafspraken en slechts een bescheiden marge hoge omzetten te bereiken. Dat was in die tijd in Nederland volledig nieuw. Met slechts een enkele winkel lukte het nog niet, door de inkoop van grote omvang, gunstige condities te verkrijgen. Daarvoor was de hoeveelheid te klein. Maar Dreesmann hield de prijzen van de goederen laag door restanten en faillissementsgoederen te verwerven en die in de eenvoudige stadswijk rondom zijn winkel afzette. De winkel liep goed: na vijf maanden nam Dreesmann een eerste verkoper in dienst, J. Cornelissen uit Groningen.19 De eerste balans – van de openingsdag 28 september 1878 tot 31 december 1879 – liet een omzet zien van wel 33.000 gulden en een nettowinst van 4.487,23 gulden; de kosten voor levensonderhoud waren al bij deze berekening afgetrokken.20
page5image17144
Wilhelm Kerckhoff (1821–1907) (Bron: Hamers, Samenvatting van de Genealogieën, bladzijde 120)
HET HUWELIJK MET HELENA TOMBROCK
Nu kon hij het zich financieel veroorloven op zoek naar een vrouw te gaan. Op 6 augustus 1879, minder dan een jaar na de winkelopening, trouwde hij Helena Tombrock (1860 – 1928). Zijn vrouw was de oudste dochter van een welgestelde katholieke zakenman Joseph Tombrock uit Franeker, een plaats in de provincie Friesland, westelijk van Leeuwarden. Haar voorouders kwamen uit de regio Westfalen: hun vader kwam in 1823 in Münster ter wereld; hun moeder Theresia Theissling werd in 1830 in het Emslandse Lengerich geboren.21 In Haselünne hadden Anton Dreesmann en Helena Tombrock een gemeenschappelijke tante en oom: de hoteleigenaar Rudolf Dreesmann (1799 – 1845) trouwde in het jaar 1826 met Margaretha Theissling (1808 – 1894) de zus van Theresia.
Rudolf Vroom, een neef van de oprichter van het V&D-bedrijf Willem Vroom, vertelde dat Dreesmann zijn vrouw in Haselünne zou hebben leren kennen, namelijk op een jaarmarkt, waarnaar veel jongelui uit Lingen, Cloppenburg en zelfs Oldenburg afgereisd zouden zijn. Vermoedelijk ging het niet om een jaarmarkt, maar om het traditionele schuttersfeest, dat de Haselünners minstens sinds 1436 vierden. Onder de bezoekers zaten, volgens informatie van Rudolf Vroom, ook jonge Duitse emigranten die in hotel Dreesmann gewoond hadden, het bedrijf dat Antons neef dreef: de kastelein en burgemeester Joseph Dreesmann (1827 – 1882).22 (Het voormalige hotel stond op de hoek van de Markstrasse 14/Krummer Dreh. De zakenman Hubert Schröder vestigde in 1973 op die plek het huidige modehuis Schröder. Een gedenkplaat aan de winkel herinnert nog aan de vorige bouw.23)
Al een dag na hun bruiloft opende het echtpaar een tweede winkel die Dreesmann kort daarvoor had aangekocht. Dit grotere warenhuis in de Amsterdamse Rozenstraat 143- 145, schuin tegenvoer de eerste, financierde hij met ondersteuning van zijn schoonvader, die hem daarvoor 6.000 gulden leende.24 Ook zijn oom Wilhelm Kerckhoff uit Osnabrück, ondertussen voorzitter van het hoofdgerechtshof, leende hem weer een grotere som geld – hij was ondertussen overtuigd van het economische succes van zijn neef. En daadwerkelijk kon Dreesmann deze investeringskosten al snel terugbetalen.
page6image18672
Helena Tombrock (1860–1928), echtgenote van Anton Dreesmann (Bron: Hamers, Samenvatting van de Genealogieën, bladzijde 15)
In de nieuwe winkel opende hij samen me zijn vrouw een afdeling met ondergoed, waar later ook op maat gemaakte rokken, kleding en blouses werden gemaakt. Dit atelier, ook “knipperij” (Schneiderei) genoemd, was in die tijd de eerste in zijn soort in Amsterdam – een vernieuwing die later door anderen werd overgenomen. Als ander nieuwtje bood de zakenman zijn klanten lakens aan en verkocht die niet alleen in zijn eigen winkels onder de (merk)naam Dreesmann. In totaal 15 medewerkers had de zakenman tussen 1879 en 1887 voor kortere of langere tijd in dienst en al voor de geboorte van het eerste kind nam het gezin een eigen dienstbode in dienst.
MEDEFIRMANT EN ZWAGER
Goede contacten onderhield Anton Dreesmann met andere bedrijven in de hoofdstad. Bijzonder sterk ontwikkelde zich de verhouding met Willem Vroom (1850 – 1925) die hij mogelijk via zijn verkoper Cornelissen leerde kennen. Vroom was in 1881 naar Amsterdam getrokken, uit Veendam oostelijk van Groningen; hij was katholiek en bezat een manufacturenwinkel aan de Leliegracht. Een blik op de stamboom van Vroom laat zien dat zijn voorouders in de 18e eeuw uit Niederstift Münster naar de naburige provincie Groningen waren geëmigreerd. Gezamenlijke overgrootvaders werden in Emsland geboren! Ze kwamen uit Ahlen-Kluse (Kirchspiel Steinbild), Düthle- Fresenburg bij Lathen, Heede en Suttrup bij Freren.25 Vrooms 0orspronkelijke familienaam luidde waarschijnlijk Fromme of Frahme(n).26
page7image13432

Willem Vroom (1850–1925) (Bron: Foto Spaarnestad, Haarlem)
page8image256
Vroom en Dreesmann knoopten niet alleen zakelijke contacten aan, maar zaten ook bij elkaar aan de stamtafel van café Neubauer in de Kalverstraat, een geliefd trefpunt voor uit de regio Westfalen geëmigreerde kooplieden.27 Beiden waren betrokken bij de katholieke kerk en waren lid van een door jezuïeten geleid mannencongregatie. Wat de tolerante Nederlanders toestonden, had de regering in Berlijn tijdens de cultuurstrijd verboden, omdat in het Duitse Rijk de Jezuïetenwet de tak van deze orde verbood.
Het contact met Vroom werd nog hechter toen deze, door de bemiddeling van Dreesmanns dochter, de familie Tombrock leerde kennen en op 10 januari 1883, op de leeftijd van 32 jaar de 20-jarige Francisca Tombrock (1862 – 1946) trouwde, een jongere zus van Dreesmanns vrouw Helena.28 Dus waren de zakenlui niet alleen bevriend, maar ook als zwagers verwant aan elkaar. Sinds 1885 kochten ze beiden met Hendrikus Johannes Vroom, een neef van Willem Vroom, op beursen en bij fabrikanten gezamenlijk hun goederen. Veel distributiekanalen en tussenhandelaren, die anders tussen de producenten en de verkopers zaten, schakelden ze op die manier uit. Het daaruit ontstane prijsvoordeel werd aan hun klanten doorgegeven, het verhoogde het voordeel met de concurrentie. Gelijktijdig verkochten ze hun goederen tegen kostprijs om kopers te trekken.29 Vroom volgde deze ongebruikelijke raad van Dreesmann op en bood de goederen ook tegen een lage, maar vaste prijs aan.30 Dreesmann overtuigde zijn zwager ervan dat het beter was de nauwelijks lonende winkel aan de Leliegracht te sluiten en een heropening aan de Wittenburgergracht 8 te proberen.
De manufacturenwinkels van Dreesmann en Vroom liepen goed. Ze besloten beiden tot nog nauwere samenwerking toen hen een huis in de Weesperstraat 70 werd aangeboden. Op 15 april 1887 sloten zijn een vennootschapsverdrag voor de duur van zeven jaar, te beginnen in de daaropvolgende maand.31 Op 1 mei openden ze hun eerste gezamenlijke winkel in Amsterdam. “Magazijn De Zon” (Die Sonne) of gewoon “De Zon” heette de winkel – een veel gebruikte benaming voor winkels en manufacturenwinkels die rond de wisseling van de 20e eeuw weer verdween.32
Hun nieuwe bedrijf noemden ze Vroom & Dreesmann, met Vroom als eerste naam, omdat hij de oudste was en de leeftijd toen meer telde dan de alfabetische volgorde. Anton Dreesmann verschafte het bedrijfskapitaal van 4.000 gulden tegen een creditrente van vier procent. Als bedrijfsleider stelden beide oprichters van het bedrijf Anton Dreesmanns jongere broer Nicolas (1867 – 1939) aan. Naar het voorbeeld van de winkels aan de Weesperstraat openden Vroom en Dreesmann in 1889 en 1891 nog twee filialen in Amsterdam.33 Vanaf 1 januari 1890 opereerden alle winkels onder gemeenschappelijke rekening. Sindsdien hadden beide ondernemers hun taken duidelijk verdeeld: Vroom nam de leiding van de winkels op zich en bekommerde zich om financiële vraagstukken, Dreesmann zorgde voor de in- en verkoop. Dit coöperatieve partnerschap, gevoegd bij de uitgesproken kennis van de manufacturenbranche en het feit dat de twee zwagers elkaar zo goed aanvulden, deed de gemeenschappelijke firma ontluiken als tulpen in het voorjaar.
Tot de klanten behoorden vooral leden van de rooms katholieke minderheid. Maar ook joden kochten eerst bij Vroom en Dreesmann. Later boycotten ze de winkel, omdat de eigenaars uitsluitend katholieke medewerkers aanstelden.34
In het begin van de jaren 90 bezaten beide kooplieden in Amsterdam zes winkels en de markt in de hoofdstad leek verzadigd. Nu waagden ze de sprong naar meer Nederlandse steden en breiden snel achter elkaar het filialennetwerk uit. Voor de start in 1892 in de groeiende havenstad Rotterdam kozen ze 19 maart, de naamdag van de heilige Jozef. Een katholieke feestdag te nemen voor de opening en de winkels kerkelijk te laten inzegenen, paste bij de goede gewoontes van de twee katholieke ondernemers.35 Anders dan in de branche gebruikelijk was, bleven alle winkels sinds 1890 op zondag gesloten, ooit om religieuze redenen – vanwege de instandhouding van de zondagsrust -, maar ook, omdat de omzet op deze dag van de week duidelijk onder de werkdag lag.36 Pas jaren later volgden andere bedrijven dit voorbeeld.
In 1893 vestigde V&D zich in Den Haag, 1895 in Nijmegen, 1896 Arnhem en Haarlem, 1898 in Utrecht. Met economisch succes: alleen in Utrecht bereikte Vroom en Dreesmann al in mei 1899 een gemiddelde omzet van 1.000 gulden per dag,37 Tot ongeveer 1920 nam het aantal filialen zo snel toe, dat klanten al gauw in iedere grotere Nederlandse binnenstad een winkel van Vroom en Dreesmann konden binnenlopen. Enige uitzondering bleef Groningen. V&D wilde daar Willem Vrooms oudere broer Caspar geen onnodige concurrentie aandoen; daarom werd pas in 1958 in Groningen een V&D-filiaal geopend.38 De opening van steeds meer nieuwe winkels versterkte de onderhandelings- positie bij de inkoop van de onderneming en daardoor leverde het weer meer op ten opzichte van de concurrentie.
Een interessante verwijzing naar de Emslandse wortels van het familiebedrijf ligt in Nijmegen waar het derde filiaal buiten Amsterdam ontstond en familieleden van Vroom woonden: in het zuiden van Nijmegen ligt in de wijk Brakkenstein een “Park Vroom”, ook “Bosje van Vroom” genoemd, wat vroeger een deel van het zogenaamde “”Landguts Haselünne” geweest moet zijn.39
Op 4 oktober 1912 opende V&D in de Amsterdamse Kalverstraat het eerste echte nieuw gebouwde warenhuis in Nederland.40 Op het stuk grond stond eerst een kerk, de Boomkerk, ook “Boompje” (Bäumchen) genoemd. Vroom en Dreesmann betaalden de Franciscanen zoveel geld, dat de religieuze orde ergens anders een nieuw godshuis kon bouwen.
page11image376
Op de damesafdeling van het warenhuis Vroom & Dreesmann in Amsterdam. Opname uit het jaar 1915 (Fotograaf: C.J. Hofker, Bron: Foto Spaarnestad, Haarlem)
Op de plek van de gesloopte kerk gloorde nu een voor de stad ultramodern, prachtig gebouw, licht doorspekt met architectuur: een glaskoepel liet ongehinderd daglicht toe in het warenhuis, gloeilampen en de tot dan niet gebruikelijke flikkerende gasbranders verlichtten de afdelingen. Het brede assortiment – textiel, meubels en andere artikelen voor de woninginrichting – presenteerde V&D op een ruime verkoopoppervlakte. Een met spiegelglas versierde lift, toen nog ongekende luxe, bracht de klanten naar de etages. Als noviteiten golden ook de telefooncentrale en een elektrische klok. Al snel ontwikkelde het gebouw zich tot een attractie voor toeristen – net als tegenwoordig Harolds in Londen of Lafayette in Paris bood V&D de klant als service aan de gekochte goederen tot aan de voordeur te brengen. Eerst werden de inkopen per handkar afgeleverd, daarna met paard en wagen. Vlak na de eerste wereldoorlog knetterden de eerste bestelauto’s van V&D door Amsterdam.
page12image376
Het huidige warenhuis van V&D in de Kalverstraat in Amsterdam (Foto: Christof Haverkamp)
DE HERENIGING VAN FAMILIELEDEN
In de ondernemingen stelden de oprichters van het bedrijf leden van hun familie aan: onder hen waren twee broers, twee zwagers, een schoonzoon en een neef van Dreesmann, en andere familieleden uit het Emslandse vaderland volgden.41 Antons jongste broer Reinhard kreeg de winkel in Utrecht, over zijn oudste broer Nicolas is al eerder verteld.42 De filialen in ‘s-Hertogenbosch in Noord-Brabant, 90 kilometer zuidelijk van Amsterdam, werd door Laurenz Vehmeyer43 (1873 – 1956) overgenomen. De zoon van de zakenman was in Haselünne aan de Hasestrasse 25 als directe buurman van de familie Dreesmann opgegroeid – het neoklassieke patriciër huis van de familie Vehmeyer, in 1851 gebouwd door de architect Alexander Niehaus, staat er nog steeds. Een gedenkplaat verwijst naar de vorige eigenaren van het thuisfront Haselünne.44
Vehmeyer had daarvoor de winkel in de Amsterdamse Rozenstraat geleid. Een paar jaar na de opening in ‘s-Hertogenbosch trouwde hij met Anton Dreesmanns oudste dochter Marianne.45 Het filiaal in Haarlem werd geleid door een zwager van Dreesmann, Bernd Rosenmöller (1840 – 1928), afkomstig uit Bawinkel. Op zijn beurt naam zijn zoon Rudolf Rosenmöller in 1907 al op 25-jarig leeftijd het nieuwe vergelegen filiaal Maastricht over.46 Een andere zwager van Dreesmann, Kaspar Anton Tombrock (1858 – 1924) leidde het bedrijf in Leeuwarden.47
page13image376
Huis van Vehmeyer in de Hasestraße 25 in Haselünne, gebouwd in 1851 (Foto: Bernhard Herbers)
In de relationele sfeer waren de Haselünner families Berentzen en Dreesmann nauw aan elkaar verbonden. Zo kon het dat Georg Berentzen (1868 – 1950) het bedrijf in Arnhem leidde en Ferdinand Berentzen (1866-1927) die in Alkmaar – twee zonen van de Haselünner borstelfabrikant Bern Berentzen. Beiden kregen op 7 juni 1905 het Nederlands staats-burgerschap.48 Een andere Haselünner, Wilhelm Kerckhoff (1871 – 1952), nam in Leiden het bedrijf over.49
De hereniging van familieleden zou kunnen verklaren waarom de naam Dreesmann, zoals de journalist Jeroen Terlingen in 1982 schreef, in de plaats van herkomst Haselünne de namen van de slachtoffers van beide wereldoorlogen noch op de gedenkplaat, noch in het telefoonboek te lezen waren: alle familieleden waren blijkbaar allang naar Nederland geëmigreerd – opnieuw een geval van kettingmigratie. Gezien vanuit het perspectief van Willem Vroom en Anton Dreesman waren de eigen familieleden een waardevol sociaal bezit. Door goed katholieke medewerkers aan zich te binden, ontstond een betrouwbaar netwerk, met hun hulp breidde het aantal filialen voortdurend uit. Een blik op de stamboom (afbeelding op bladzijde 86) maakt zichtbaar hoe zeer de families Vroom en Dreesmann ook verwant aan elkaar waren: drie nichten van Anton Dreesmann trouwden met dochters van Willem Vroom.50
Bij andere Westfaalse familieondernemingen bestonden ook nauw verwante betrekkingen: slechts een van de vele voorbeelden zijn de huwelijken van Dreesmanns kinderen Willem en Francisca met Anna respectievelijk Anton Peek – wier vader ondernemer Johann Peek was (1845 -1907).
page14image376
Laurenz Vehmeyer (1873–1956) en zijn vrouw Marianne, geboren Dreesmann (1881–1961) (Bron: Hamers, Samenvatting van de Genealogieën, bladzijde 98)
De emigrant Peek kwam uit het boerengehucht Grönheim in de buurt van Molbergen bij Cloppenburg en stichtte met zijn zakenpartner Heinrich Anton Adolph Cloppenburg uit Altenoythe in het Oldenburger Munsterstad in 1869 in Rotterdam het bekende textielbedrijf Peek & Cloppenburg; in 1880 openden zijn dan ook het eerste filiaal in Utrecht en in 1885 het eerste filiaal in Amsterdam aan de Nieuwendijk 168.51
Aan een ontmoeting met de oprichters van het bedrijf herinnert Dreesmann in zijn memoires: “De heer Theod. Peek kwam op een dag bij ons en vertelde, dat hem in Utrecht, op de allerbeste locatie een huis werd aangeboden en hij vroeg of wij het wilden overnemen. Meneer Peek gunde ons het huis graag, en wilde ons dan ook met alles ten dienste staan, maar hij had twee voorwaarden en wel: hij wilde daar liever niet een kledingzaak zien en bovendien wilde hij daar liever geen concurrentie zien met de firma Hoying met wie de inwoner goed was bevriend.52
Huwelijken met bloedverwante waren in de tweede generatie van Dreesmann en Vroom aan de orde van de dag.53 Bij de familie Tombrock bestonden ook andere relaties – sociale huwelijkscirkels bestonden toen niet alleen bij adellijke families, maar ook bij de katholieke, uit de regio Westfalen geëmigreerde zakenfamilies.
page15image256
page16image256
page17image376
V&D-Filiaal in Alkmaar. Eerste directeur was Ferdinand Berentzen(Bron: Privébezit)
Bij de oprichting van nieuwe filialen pasten de oprichters van het bedrijf steeds dezelfde strategie toe: Anton Dreesmann leidde een mannelijk familielid grondig op en legde daarmee het fundament voor zijn verdere carrière. Als dit lid zich bewezen had dan bood het bedrijfsmanagement hem aan als directeur een nieuwe vestiging over te nemen. Een verleidelijke ontwikkeling, want nu werd hij direct voor de helft eigenaar van deze winkel. Hij kreeg de mogelijkheid zijn nog niet geheel betaalde aandeel later uit de winst terug te betalen. Met deze motiverende procedure vergrootten beide zwagers de verplichting van de nieuwe directeur. Het werkte ook weer positief op de bedrijfsresultaten van de familie – een win-winsituatie.
Vanaf 1905 zetten de oprichters van het bedrijf de bestaande vestigingen om in naamloze vennootschappen, te beginnen met de Amsterdamse filialen. Ze besloten, na de afweging van de voor- en nadelen, dat het beter was het privévermogen van het bedrijfsvermogen te scheiden.54 Het kapitaal van de Amsterdamse naamloze vennootschap bedroeg 600.000 gulden, verdeeld in 120 aandelen van elk 5.000 gulden. Daarvan bezaten beide ondernemers ieder de helft. De aandelen van de andere naamloze vennootschappen bleef voor de helft bij elke plaatselijke directeur, terwijl Anton Dreesmann en Willem Vroom ieder een kwart bezaten.
Deze opsplitsing garandeerde verbondenheid van de directeuren met V&D. Willem Vroom en Anton Dreesmann bleven tot hun pensioen in 1919 de enige bestuursleden van de naamloze vennootschappen. In deze positie hielden ze de hand aan de bestedingen van de opbrengst.
DE V&D INTERNATEN
Typisch voor de bedrijfsvoering waren de patriarchaal geleide V&D-internaten. Dreesmann was in zijn eerste winkel in Amsterdam ermee begonnen het personeel intern onder te brengen. Op die manier kon hij zowel in werktijd als in hun vrije tijd op het personeel rekenen. Alle andere filialen kregen eigen internaten, en van de directeur verwachtte de oprichters van het bedrijf dat hij de levenswijze van zijn personeel ook buiten diensttijd in het oog hield. In veel gevallen zou zelfs een biechtstoel op de slaapzaal hebben gestaan. Deelname aan de zondagsdienst was verplicht, maar een gezamenlijk kerkbezoek van allebei de geslachten verboden: die mannen gingen om 9 uur naar de mis, de vrouwen om 11 uur.55
Er heersten strenge regels in de internaten, maar juist het gegeven dat V&D een goede reputatie had bij de katholieke ouders, vertrouwden zij erop dat hun dochters en zonen gemanierd en ver van schadelijke invloeden waren ondergebracht. Dat vergemakkelijkte de vennootschap gekwalificeerd personeel voor de vele nieuwe vestigingen te werven. De internaten bleven in menige vestigingen tot aan einde van 1920.
page18image9552
Aan de Brinklaan in Bussum, een voorstad van Amsterdam
Door de talrijke filialen en Dreesmanns goede kijk op nieuwe trends in de markt schoten ook de omzetten en winsten van het bedrijf omhoog. Vanwege de goede bedrijfsresultaten konden beide ondernemers het zich veroorloven uit hun privéwoningen aan de belangrijke Amsterdamse Prinsengracht te trekken – Dreesmann verhuisde op 1 november 1894, Vroom twee maanden later.56
In 1901 verhuisde Anton Dreesmann opnieuw met zijn gezin en wel naar Bussum, een klein geliefd forensendorp zuidoostelijk van Amsterdam dat na de aanleg van de spoorlijn in 1874 was opgebloeid. Bussum werd door de welgestelde, in Amsterdam werkende families, vooral gewaardeerd voor de rust en de ruimte. Mogelijk leidde ook de slechte gezondheid van zijn kinderen ertoe dat Dreesmann naar het platteland trok.57 Aan de rand van het dorp liet hij aan de Brinklaan villa Looverhof bouwen.58 Het ruime huis in art nouveau bood genoeg plaats voor zijn hobby’s, want de zakenman verzamelde schilderijen, antiquiteiten, zilver, postzegels, munten en honderden klokken. Met antiek was hij vertrouwd en onderhield goede contacten met Nederlandse en buitenlandse verzamelaars. Veel waarde kende Dreesman toe als “pater familias” aan het bijeen houden van zijn familie. Het hoogtepunt van het jaar was voor hen tweede kerstdag. Dan waren altijd alle familieleden in villa Looverhof te vinden; broers, zussen, zonen en dochters, aangetrouwde familie en kleinkinderen. Voor het diner werden ze aan verschillende tafels geplaatst en na het eten verdeelde het gezinshoofd met een loterij gul waardevolle cadeaus; een porseleinen schaal, een antieke klok of een zilveren snuifdoos.59
Op 2 januari 1901 had Anton Dreesmann, 46 jaar oud, het Nederlandse staatburgerschap gekregen en in zijn nieuwe vaderland was hij zeer goed geïntegreerd. De landelijke politiek liet hem koud, meer liep hij warm voor gemeentelijke aangelegenheden. Van 1912 tot 1919 zat hij in de gemeenteraad van Bussum als lid van de rooms-katholieke kieskring. Als gemeentelijke politicus pleitte hij voor praktische verbeteringen in de gemeente, vooral de uitbreiding van de infrastructuur. In die tijd was Dreesmann de man met het hoogste netto-inkomen in Bussum – het bedroeg in 1912 totaal 125.300 gulden.60
WELDOENER IN BUSSUM
Omdat Dreesmann zeer religieus was ingesteld, ondersteunde hij met zijn vermogen katholiek sociale instellingen. Zo werkte hij net als Willem Vroom als actief lid mee in de “Sint Vincentiusvereniging”, in Duitsland “Vinzenz-Konferenzen” genoemd. Als gulle gever bekommerde hij zich om de Sint Gerardus Majella-Stichting, stuurde aan op de bouw van het Majella-ziekenhuis en spande zich later erg in voor de uitrusting van deze kliniek met een operatiekamer en bestralingsapparatuur.61
page20image376
Katholieke St. Vitus-kerk in Bussum. Voor de binneninrichting schonk Dreesmann grote geldbedragen Ondertussen is het godshuis ontheiligd.
Ook in zijn geboortestad drong Anton Dreesmann aan tot nieuwbouw van een ziekenhuis, het Vincentius-ziekenhuis. Dreesmann “ex Amsterdam in Hollandia” staat in het certificaat in het Latijn over de eerste steen legging van 19 maart 1910. Totaal 70.000 mark gaven de familie Dreesmann en Berentzen, 17.000 mark besteedde de familie Vehmeyer. Drie grondleggers uit het V&D-concern hebben ook het Vincentius-ziekenhuis ondersteund. In 1931 schonken de familie Berentzen, Dreesmann en Rosenmöller in Nederland 8.000 mark aan de katholieke arbeidersvereniging (later Kolping) in Haselünne voor de nieuwbouw van een verenigingsgebouw.62
Hoe zeer het christelijke geloof Dreesmann vorm gaf, toonde hoe hij de opleiding van de bijna even oude pater Redemptorist en latere curie-kardinaal Willem van Rossum (1854 – 1932) financierde. Grotere geldbedragen schonk hij voor de binneninrichting van de katholieke kerk in Bussum, die net als Dreesmanns geboortekerk in Haselünne als de heilige Vitus was ingewijd.63 Als gepensioneerde ging hij in het neogotische godshuis dagelijks naar de misviering. Als dank voor zijn inzet benoemde paus Pius XI tijdens het eucharistisch congres van 1924 de toegewijde katholiek tot commandeur in orde van Sint-Sylvester en tot ere-kamerheer. Voor zijn sociale en charitatieve activiteit kreeg Dreesmann net als Vroom de orde van St. Gregorius, een pauselijke eretitel.64
page21image376
Op de Brinklaan liet Dreesmann villa Looverhof bouwen.. Na de tweede wereldoorlog diende het gebouw als politiebureau. Intussen is het gebouw afgebroken. (Bron: Historische Kring Bussum)
In 1919 hadden beide oprichters van het bedrijf en zwagers zich uit het actieve bedrijfsleven teruggetrokken. Op dat moment nam een zoon het voorzitterschap in de raad van toezicht van de naamloze vennootschap over; daarmee ging de leiding van de familieonderneming over in de tweede generatie. Als gepensioneerde reisde Dreesmann blijkbaar elk jaar naar Bad Oeynhausen, vermoedelijk om te kuren. Maar deze gewoonte schortte hij op, toen in 1933 de nationaal socialisten in Duitsland de macht overnamen. In de sociaal democratische krant “Het Volk” heette het dat Dreesmann daarover verklaard zou hebben, dat de reden waarom hij zou zijn geëmigreerd, de toestand in Pruisen die in verslechterde vorm zou zijn teruggekeerd. Kort na zijn 80e verjaardag werd de zakenman ziek. Twee maanden later op 15 november 1934 sterf hij, sterk verzwakt, omgeven door zijn talrijke familieleden. “Bussum en vooral de noodlijdende bevolking hebben door de dood van deze mensenvriend een ernstig verlies geleden”, schreef de krant “Het Volk” in de levensbeschrijving.65 Zijn medefirmant Willem Vroom was al in 1925 begraven. Ondertussen zijn bijna alle sporen van de rijkste man uit deze plaats van honderd jaar geleden uitgewist. Villa Looverhof – tijdens de Duitse bezetting zetel van de plaatselijke commandanten – werd net als het Majella-ziekenhuis afgebroken. En wie door de voordeur van de Vitus-kerk kijkt, ontdekt achter het glas geen kerkbanken, maar brievenbussen.
page22image376
Familiegraf van de Dreesmanns op het oud rooms-katholieke kerkhof in Bussum (Foto: Christof Haverkamp)
Het godshuis werd ontheiligd en tot een woongebouw met appartementen verbouwd.66 Aan Dreesmann herinnert in Bussum slechts nog een onversierde grafplaat op de rooms- katholieke begraafplaats. Op het familiegraf is naast andere familieleden ook dienstbode Helena Bernadina – Lena genoemd – Robbermann (1866 – 1933) begraven, die in het Emslandse Gersten geboren werd.67 Anton Dreesmanns nicht Cécile (1920 -1994) beschrijft de oprichters van het bedrijf in de sleutelroman “De Mandersens”, in een boek dat fictie en realiteit mengt, als een gulle goedmoedige beschermheer.68 De gekunstelde naam Mandersen bevatte dezelfde letters als Dreesmann, is ook een anagram. Nadrukkelijk geeft de schrijfster in het voorwoord aan dat haar grootvader erg op Heinrich Mandersen leek. Terwijl uit Haselünne de plaats Marheim ontstond, dicht Cécile de grondlegger een onwettige zoon toe uit de verhouding met de jeugdliefde Antoniette van Lünne, die later naar de USA emigreerde en daar een warenhuisdynastie in New York opbouwt. Binnen de familie werd de roman, in 1979 gepubliceerd, met weinig enthousiasme begroet, lang zou het boek in warenhuis van V&D niet te verkrijgen zijn geweest.69
DE OPVOLGERS
Negen kinderen kwamen voort uit het huwelijk van Anton Caspar Rudolph Dreesmann en Helena Tombrock, maar vier dochters stierven al op jonge leeftijd, een ongetrouwde zoon werd slechts 26 jaar oud.70 De enige zoon onder de vier overlevende kinderen was Willem Joseph Rudolph Dreesmann (1885 – 1954). Voordat hij de onderneming overnam, moest hij zijn vader allereerst overtuigen; liever wilde hij dirigent worden. Anton Dreesmann betrok er een muziekpedagoog bij, die Willem gaf te verstaan, dat hij niet genoeg talent bezat om ooit een bekende dirigent of pianist te worden. Daarop schikte de in eerste instantie tegenstribbelende zich in zijn lot en trad het bedrijf binnen. Hij werd directeur van de Amsterdamse V&D-naamloze vennootschap en volgde in 1919 zijn vader op in de raad van toezicht van alle V&D-naamloze vennootschappen. In 1908 trouwde hij Anna Peek (1885 – 1956). Het paar woonde eerst aan de adellijke Amsterdamse Herengracht 180 en vanaf 1919 in de Johannes Vermeerstraat 2, waar Willem Dreesmann net als zijn vader een grote kunstverzameling opbouwde – met schilderijen, tekeningen, zilver en porselein. Ook Willem Dreesmann hield zich bezig met de katholieke kerk, waarom paus Pius IX hem het grootkruis van het heilige graf van Jeruzalem verleende.71 Net als zijn vader droeg hij ook de titel van een pauselijke geheime ere-kamer.
Na Willem Dreesmann volgde in de derde generatie zijn zoon Anton Dreesmann (1923 – 2000) hem op als leider van het familiebedrijf. De gestudeerde jurist en econoom was van 1954 tot 1973 eerst directeur van het filiaal in Den Haag. Onder zijn leiding vergrootte V&D de takken verzekeringen en reizen en het bedrijf kreeg de naam Vendex internationaal. In 2006 ging Vendex op in de Maxeda-Holding. Net als zijn grootvader maakte Anton Dreesmann naam als kunstverzamelaar. Na zijn dood bood het bekende veilinghuis Christie’s in Londen en Amsterdam de door hem verworven oude meesterwerken, waardevolle meubels en andere exposities van 9 tot 16 april 2002 ten verkoop aan.72
SAMENVATTING
Westfalers: zo werden in Nederland de uit Noordwest Duitsland geëmigreerde kooplieden genoemd, die in Holland werkten; Peek & Cloppenburg, Hoying en Sinkel uit het Oldenburger Münsterland, daarbij hoort ook nog Kreymborg uit Lohne. In het onderzoek wordt vaak gesproken dat ook de nakomelingen van Todden een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de warenhuizen in Nederland.73 Clemens en August Brenninkmeyer uit Mettingen in het Tecklenburgerland en hun nakomelingen zijn daar een voorbeeld van. De Westfalers werkten overwegend als textielkooplieden. Deze concentratie in bepaalde economische takken ziet men ook bij de huidige emigranten met hun eigen etnische en religieuze achtergronden, te denken valt aan Italiaanse ijssalons, of Turkse kleermakers en Döner-kraampjes.74 De Noordwest Duitse migranten pasten zich spoedig aan de overige (in het bijzonder rooms-katholieke) Nederlanders, en bij de nakomelingen van het volgende geslacht was de integratie bijna volledig.75 Een blik op de bedrijfsgeschiedenis van de ondernemers Vroom en Dreesmann laat net als hun voorgeslacht zien dat zakenlui met Emslandse afkomst voor de vernieuwende ontwikkeling van de Nederlandse warenhuizen een belangrijke rol hebben gespeeld. Daarbij behoort naast Dreesmann vooral de ondernemer Stefan Esders uit Haren, die een warenhuis in Rotterdam (en andere Europese steden) bezat.76 Een andere opmerkelijke parallel van deze grondlegger is ook te trekken met de reder Wilhelm Anton (von) Riedeman uit Meppen en Heinrich Leffers uit Steinbild: deze geboren Emslanders, geboren in het koninkrijk Hannover, slaagden als katholieke kooplieden in het tijdperk voor de eerste wereldoorlog buiten hun vaderland met nieuwe winkelideeën van het economisch succes. Verblijf in het buitenland en de integratie van familie in leidende posities kenmerkte deze generatie van grondleggers van familiebedrijven.77 Van hun sociale verplichtingen in de kerk- en ziekenhuisbouw profiteerden in het Emsland ook de geboorteplaatsen.
Eindnoten
page25image832
1 De volgende versies steunen in werkelijkheid op H. Ph, Hondelink, Vroom en Dreesman, de oprichters Dreesmann, de oprichters en hun onderneming 1887–1912. In: Jaarboek voor de geschiedenis van bedrijf en techniek, Bd. 9, 1992, bladzijde 159–184. H. Philippe Hondelink, Dreesmann, Anton Caspar Rudolph (1854–1934). In: Biografisch Woordenboek van Nederland 5, Den Haag 2002.
Op het Internet: www.inghist.nl/Onderzoek/Projekten/BWN/lemmata/bwn5/dreesmann (laatst bekeken op 8.8.2008). Bovendien: Roger Miellet, Honderd jaar grootwinkelbedrijf in Nederland, Zwolle 1993. Populair wetenschappelijk: Ph. Hondelink, De Amsterdamse familie Dreesmann van manufacturenwinkel tot Vendex International. In: Ons Amsterdam 47, 1995, bladzijde 86–90. En: Art de Vos, In de winkel van Sinkel is alles te koop. Schiedam 2008. Overwegend journalistisch: Jeroen Terlingen, Anton Dreesmann. Moed, Macht & Miljoenen. Naarden, Strengholt, 1992. In de sleutelroman „De Mandersens: roman van een warenhuisdynastie“. Amsterdam 1979, schreef Dreesmann (1920–1994), een kleindochter van Anton Caspar Rudolph Dreesmann. – Af en toe klopt in andere Nederlandse bijdragen de geografische indeling niet, zoals Haselünne dichtbij Hannover of Tecklenburg zou liggen of Dreesmann uit het hertogdom Oldenburg zou komen.
2 Agnes Kappen, Haselünne in de Spiegel der Zahlen. In: Stadt Haselünne (Hrsg.), 725 Jahre Haselünne. Haselünne 1997, bladzijde 194. Agnes Kappen: Haselünne in de Spiegel der Zahlen. In: Jahrbuch des Emsländischen Heimatbundes 19, 1972, bladzijde 84–86. Vgl. Franz Bölsker-Schlicht, Bevölkerung und soziale Schichtung im nördlichen Emsland vom 17. bis 19. Jahrhundert (Emsland/Bentheim. Beitr. zur Geschichte 10). Sögel 1994, bladzijde 344.
3 Bernhard Herbers, Wilhelm Rülander u. Heinz Struckmann, Häuserverzeichnis der Stadt Haselünne von 1749 bis zum Beginn des 20. Jahrhunder ts. In: Emsländische Geschichte 5, 1996, bladzijde 222–284, hier: bladzijde 278.
4 Hondelink, Vroom en Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 162. Herbers, Rülander u. Struckmann, Häuserverzeichnis (cf. opmerking 3), bladzijde 279.
5 De kritiek op het militarisme van de katholieken ontstond na de Pruizische oorlog van 1866 met Oostenrijk en richtte zich vooral tegen de invoering van de algemene dienstplicht in Pruizen. Vgl. Dieter Riesenberger, Katholische Militarismuskritik im Kaiserreich, bladzijde 55–75, speciaal bladzijde 71. In: Wolfram Wette (Hrsg.), Schule der Gewalt, Militarismus in Deutschland 1871–1945. Berlin 2005. Dreesmann äußert sich selbst über seine Motive zur Auswanderung: Ongepubliceerde memoires van A.C.R. Dreesmann: Wordingsgeschiedenis van een grote onderneming, Verhaald door de heer A.C.R. Dreesmann, op villa Looverhof te Bussum 1934’, Inventar-Nr. A 28, Historisch Archief Vroom & Dreesmann Nederland BV. (Een kopie werd aan de auteur vriendelijk ter beschikking gesteld door Philippe Hondelink). Vgl. de Vos, Winkel (cf. opmerking 1), 41.
6 Voorbeelden van Noordwest Duise emigranten in Amsterdam vindt men onder andere in: Andreas Eiynck, Emsländische Auswanderer in die Niederlande (17. bis 19. Jahrhundert). In: Osnabrücker Mitteilungen 103, 1998, bladzijde 125–156 (Eiynck berücksichtigt nicht das gesamte Emsland, wie der Titel vermuten lässt, sondern ausschließlich den Altkreis Lingen). Peter Sieve, Friesoythe im 18. Jahrhundert. Oldenburg 1997, bladzijde38–39. Und August Schröder, Hollandgänger werden zu Niederländern – Fürstenauer heiraten nach Amsterdam. In: Osnabrücker Land, Heimat- Jahrbuch, 1978, bladzijde9 7–99.
7 Steekwoord emigratie. In: Brockhaus Bilder-Conversations-Lexikon, Band1. Leipzig 1837, bladzijde 157–159 (zit. nach: www.zeno.org/Brockhaus-1837/A/Auswanderung, laatst bekeken op 8.8.2009). Franz Bölsker-Schlicht, Die Hollandgängerei im Osnabrücker Land und im Emsland (Emsland/Bentheim. Beiträge zur neueren Geschichte 3). Sögel 1987, bladzijde 64, 272.
8 Roger Miellet, Immigratie van katholieke Westfalers en de modernisering van de Nederlandse detailhandel. In: Tijdschrift voor geschiedenis, Bd. 100, 1987, bladzijde374–393, hier: bladzijde 380.
9 Zie ook, bladzijde 380.
10 Citaat van Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 33. http://warenhuisgeschiedenis.web- log.nl/mijnweblog/anton-dreesmann-zijn-eers.html (laatst bekeken op 8.8.2009)
11 Rudolf Anton Bernhard Dreesmann, geboren op 31.3.1838, was de zoon van Rudolf Dreesmann en Margarethe Theisling. In 1866 verleende hij als landdrost van Osnabrück aan de koopman later de goedkeuring tot emigratie. Vgl. Staatsarchiv Osnabrück (künftig StAOS), Rep 335 Nr. 797, Bd. 3, Blatt 624–625 und Rep 350 Has Nr. 5.
12 Hondelink noemt in zijn werk de naam Bührs, andere auteurs zoals Miellet schrijven Buhrs. Miellet, Honderd jaar Grootwinkelbedrijf (cf. opmerking 1), bladzijde 80. Zu Sinkel: Johannes Göken, In seiner alten Heimat unbekannt – Populärster Kaufmann Hollands im 19. Jahrhundert: ein Cloppenburger. In: Volkstum und Landschaft, Heimatblätter der Münsterländischen Tageszeitung, Nr. 66, März 1966, bladzijde 2–13, hier bladzijde 8. Heet begrip „In deWinkel van Sinkel ist alles te koop“ is in Nedserlans een gevleugeld woord geworden. Winkel betekent warenhaus. Vgl.das
page26image376
gleichnamige Buch von Vos,Winkel (cf. opmerking 1),bladzijde 37. 13 Citaat van: Zie ook, bladzijde 44.
14 K.Krijnen en. Ph. Hondelink, 100 Jaar Vroom & Dreesmann 1887–1987. Speciale uitgave van het Magazine ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van Vroom & Dreesmann-warenhuizen. 2. jaargang, Nr. 2, Mei 1987, bladzijde 4. Vgl.: Vos, Winkel (cf. opmerking 1), bladzijde 25.
15 Citaat van: Hondelink, Vroom en Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 163.
16 Hondelink, V&D(cf. opmerking1), bladzijde 163. Wilhelm Kerckhoff werd op 15 Mai 1821 in Haselünne geboren. Hij verwisselde in 1855 als Assessor van Hildesheim naar het hogergerechtshof Osnabrück. Hij klom op in 1871 tot procereur des konings en werd later president van het hogergerechtshof, de latere rechtbank. In 1871 stelde hij zich tegenkandidaat van de Pruizenvriendelijke krachten in het Emsland van LudwigWindthorst voor de eerste rijksdag. Hij stierf op 20 Januari 1907 in Hannover. Een korte levensloop vind men in: Helmut Lensing, Die Wahlen zum Reichstag und zum Preußischen Abgeordnetenhaus im Emsland und der Graf- schaft Bentheim 1867 bis 1918. Parteiensystem und politische Auseinandersetzung im Wahlkreis Lud- wig Windthorsts während des Kaiserreichs (Emsland/Bentheim. Beiträge zur Geschichte 15). Sögel 1999, bladzijde 515 f. Vgl. StAOS, Rep 925, Nr. 31. www.valens.nl/nlhtml/39html (laatst bekeken op 8.8.2009).
17 Citaat van: Krijnen/Hondelink, 100 jaar ( cf. opmerking 14), bladzijde 5.
18 Hondelink, Amsterdamse familie (cf. opmerking 1), bladzijde 87.
19 Suzan de Boer, Winkelen in weelde 1880–1930. De opkomst van de Nederlandse warenhuizen de Bijenkorf en Vroom en Dreesmann voorafgegaan door een beschrijving van het ontstaan van het warenhuis in Europa. O. O. 1989, bladzijde 37.
20 Hondelink, V&D (cf. opmerking 1), bladzijde163. Miellet, Honderd jaar grootwinkelbedrijf (cf. opmerking1), bladzijde 80.
21 laatst bekeken op 8.8.2009).
22 Verslag van Rudolf Vroom in een radiobijdrage van 2 Juli 2006: „Het Spoor terug: V&D“. In: http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/3299530/afleveringen/27981073/items/28994538/ (letzter Zugriff am
8.8.2009). Zu den verwandtschaftlichen Beziehungen zwischen Anton Dreesmann und Helena Tombrock: N. A. Hamers, Samenvatting van de Genealogieën der geslachten verbonden met het concern Vroom & Dreesmann, Nijmegen 1967, bladzijde15. Zu Joseph Dreesmann: ebd., bladzijde 66.
23 Vgl.: Herbers, Rülander u. Struckmann, Häuserverzeichnis (cf. opmerking 3), bladzijde250. Charlotte Erpenbeck( Hrsg.), Haselünner Bilderbogen. Band 1: Die Altstadt zwischen 1900 und 2000. Haselünne 2006, bladzijde 52–54.
24 Hondelink, V&D (cf. opmerking 1), bladzijde164–165.
25 Miellet, Immigratie (cf. opmerking 8), bladzijde 391,schreibt, Vrooms Voorouders stamden uit Westfalen.
26 http://genealogy.henny-savenije.pe.kr/tng/getperson.php?personID=I75080&tree=savenije und http://www.feringa.nl/kw_jan/kwjan.htm (laatst bekeken op 8.8.2009).
27 Hondelink, V&D (cf. opmerking1), bladzijde 165.http://warenhuisgeschiedenis.web-log.nl/mijn_weblog/de-jaren- 8711887.html. H. Philippe Hondelink, Vroom, Wilhelmus Hermannus (1850–1925). In: Biografisch woordenboek van Nederland 5. Den Haag 2002, op Internet: www.inghist.nl/Onderzoek/Projekten/BWN/lemmata/bwn5/vroom.
28 Vroom wilde Josepha Tombrock trouwen, moest echter Francisca nemen. Vgl.:Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde35.Vgl.: Het Spoor terug (cf. opmerking 22).
29 Hondelink, Vroom (cf. opmerking 1), bladzijde 168. 30 Zie ook 31 Miellet, Immigratie( cf. opmerking8), bladzijde 391. 32 Hondelink, V&D (cf. opmerking1), bladzijde 169. Krijnen/Hondelink, 100 Jaar (cf. opmerking 14), bladzijde 11.
33 1889 op de Vijzelgracht 21 en 1891 op Utrechtsestraat138. Vgl. Hondelink, De Amsterdamse familie (cf. opmerking 1), bladzijde 88.
page26image376
34 Hondelink, V&D (cf. opmerking 1), bladzijde 171. 35 Zie ook, bladzijde 172. 36 Zie ook, bladzijde 171f. 37 Zie ook, bladzijde 173.
38 Hondelink, V&D (cf . opmerking1). Bladzijde 174,http://www.helsinki.fi/iehc2006/papers3/Kooij.pdf (laatst bekeken op 8.8.2009).
39 http://noviomagum.web-log.nl/mijn_weblog/park_vroom/index.htmlsowiehttp://www.gaypnt.demon.nl/straat- namen/P.html (laatst bekeken op 8.8. 2009).
40 de Boer, Winkelen (cf. opmerking1 9), bladzijde64. Hondelink, V&D (cf. opmerking 1),bladzijde1 79. 41 Miellet, Immigratie (cf. opmerking 8), bladzijde 380.
42 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking1), bladzijde36. Beide Haselünner kregen op 7 Juni 1905 het Nederlands staatburgerschap. http://www.shgv.nl/Naturalisaties%20det-hen.htm. (Laatst bekeken op 8.8.2009).
43 De naam wordt ook in de Nederlandse versie van Vehmeijer beschreven. Vgl.:Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 38.
44 Zijn vader was de koopman Ernst Heinrich Wilhelm Vehmeyer (1813–1908) uit de Hasestraße Nr. 25, die in Haselünne een steenbakkerij bezat. Vgl. Alfons Webering, Die Geschichte der Stadt Haselünne. In: 725 Jahre Haselünne (cf. opmerking 2), bladzijde71. Erpenbeck, Haselünner Bilderbogen (cf. opmerking 23), bladzijde 212 und Herbers, Rülander, Struckmann, Häuserverzeichnis (cf. opmerking 3), bladzijde 278.
45 Krijnen/Hondelink,100Jaar(cf. opmerking14), bladzijde 14. 46 Miellet, Honderd jaar Grootwinkelbedrijf (cf. opmerking 1), bladzijde90. Miellet schrijft de achternaam zonder “n”. 47 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking1), bladzijde 36.www.ardentis.nl (laatst bekeken op 8.8.2009).
48 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 37. Georg und Ferdinand Berentzen kreeg het Nederlands staatburgerschap dus op dezelfde dag als Nicolas und Reinhard Dreesmann. Vgl.: http://www.shgv.nl/Naturalisaties%20aak-des.htm (laatst bekeken op 8.8.2009). Voor familierelatie vgl. www.ardentis.nl (laatst bekeken op 8.8.2009).
49 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), S.37,205. Kerckhoff was de zoon van postbode Caspar Kerckhoff (1818–1905) en zijn vrouw Alida, geboren Abrams. www.genlias.nl/nl/searchDetail.jsp?val= 26&xtr=15397653&vgr=3. Herbers, Rülander, Struckmann, Häuserverzeichnis (cf. opmerking 3), bladzijde116. Hij kreeg op 12 juni 1919 het Nederlands staatburgerschap. http://www.shgv.nl/Naturalisaties hep- lam.htm (laatst bekeken op 8.8.2009).
50 Voor andere verbanden vgl.:Terlingen, Anton Dreesmann( cf. opmerking 1), bladzijde 36.
51 Anton Kohnen, Johann Theodor Peek en Heinrich Cloppenburg. In: Niedersächsische Lebensbilder, 7. Band. Hildesheim 1971, bladzijde 184–195.
52 Citaat van: Winkel van Sinkel( cf. opmerking1), bladzijde 42–43. Carl Arnold Hoyng (1837–1896) kwam net als Peek uit het Oldenburger Münsterland, en wel uit Lohne.
53 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 36
54 Hondelink, V&D (cf. opmerking 1), bladzijde 176–177.
55 Zie ook, bladzijde 184.
56 Dreesmann woonde op de Prinsengracht 379, Vrooms huis had het huisnummer 1013. Vgl.: Hondelink, De Amsterdamse familie (cf. opmerking 1), bladzijde 88. Hondelink, Vroom en Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 173.
57 www.bussum.nl laatst bekeken op 8.8.2009). Mogelijk motief vgl.: A.C.R.Dreesmann overleden. In: De Tijd van 15. November 1934.
page27image23496
page26image376
58 http://www.naarderkoerier.nl/pdf/bk/67.pdf (laatst bekeken op am 8.8.2009). 59 Hondelink, Dreesmann (cf. opmerking 1). Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1 ), bladzijde 40.
60 Hondelink, Amsterdamse familie (cf. opmerking1),S .88.Hondelink, Vroom en Dreesmann( cf. opmerking1), bladzijde 175.Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 39.
61 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking1), bladzijde 39. Het Majella-ziekenhuis werd in 1990 afgebroken. Vgl. Wikipedia Majella-Ziekenhuis (laatst bekeken op 8.8. 2008). De Laienbruder Gerardo Majella (1726–1755) gold als grote wonderdoener.
62 Josef Hamacher, Het St.Vincentius-ziekenhuis in Haselünne. Geschichte und Gegenwart 1862–1987. Haselünne 1988, bladzijde 37–38. De aanwijzing over de schenking voor het clubhuis heeft de de auteur te danken aan Bernhard Herbers uit Haselünne die naar de kopie van een overeenkomstig krantenbericht verwijst. Helaas zijn datum noch tijdstip op de kopie genoteerd. Mogelijk gaat het om de Haselünner krant.
63 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 39–40.
64 Hondelink, Amsterdamse familie (cf. opmerking 1), bladzijde 88.
65 „A.C.R. Dreesmann overleden – Een groot mensenvriend“. In: Het Volk“ van 15 November 1934. Dreesmann wordt op 19 November begraven. Zijn graf bevindt zich op de Oude Rooms-Katholieke aan de Nieuwe Hilversumseweg 55 in Bussum in buurt van de spoorlijn Amsterdam–Hilversum.
66 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 48 Zum Majella-krankenhaus. Volgens: http://nl.wikipedia.org/wiki/Majella Ziekenhuis (laatst bekeken op 8.8.2009).
67 Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde 40. De begraafplaatsvergoedingen voor de graven van Anton Dreesmann’s ouders, Anton Dreesmann en Antonia Dreesmann, geboren Kerckhoff, werden na opgave door het bestuur van de begraafplaatse van de stad Haselüne tot in de jaren 70 door V&D Den Haag betaald.. Later nam een in Hamburg wonende achterkleindochter de kosten op zich. In 1997 werden de graven opgegeven. Tip van Willi Rülander, Haselünne, van 15.8.2009.
68 Dreesmann, Mandersens (cf. opmerking 1). Tien jaar later schreef Cécile Dreesmann een vervolgroman: „Het erfgoed. Roman rond een warenhuisdynastie“. Amsterdam 1989.
69 Hondelink, Amsterdamse familie (cf. opmerking 1), bladzijde 89.
70 Volgens Terlingen, Anton Dreesmann (cf. opmerking 1), bladzijde36, had Dreesmann negen kinderen, van wie vier dochters op jonge leeftijd overleden
71 De Tijd van 14. Juli 1938.
72 http://www.christies.com/special_sites/dreesmann_apr02/collector.html. Bericht in de Frankfurter Allgemeinen Zeitung van 6 April 2002 op de bladzijde kunstmarkt.
73 Volgens Roger Miellet, Immigratie van katholieke Westfalers en de modernisering van de Nederlandse detailhandel. In: Tijdschrift voor Geschiedenis, Bd. 100, 1987, bladzijde380.
74 Jan Rath, Ein ethnisches Bäumchen-wechsel-dich-Spiel in Mokum? Immigranten und ihre Nachkommen als Unternehmer in der Amsterdamer Wirtschaft.In: J.Brechu.L.Vanhué(eds.), Migration.StadtimWan- del. Darmstadt 1997, bladzijde 50– 64. Der Aufsatz findet sich im Internet unter: http://www.janrath.com/downloads/@Eth- nisches%20Baumchen%20Wechsel% 20Dich%20Mokum%20DE%201998.pdf (laatst bekeken op 8.8.2009), bladzijde2.
75 Volgens Miellet, Immigratie (cf. opmerking 8), bladzijde 380.
76 Christof Haverkamp; Von Haren über Brüssel nach Wien. Die Geschichte des Textilkaufmanns Stefan Esders. In: Jahrbuch des Emsländischen Heimatbundes 53, 2007, bladzijde 9–44.
77 Zie ook, bladzijde 37.
/